20. Dieren benaderen (pag 183)
 
Opdracht: Het benaderen van (schuwe) dieren is altijd een uitdaging. Zelfs lange telelenzen brengen de dieren vaak niet dichtbij genoeg. Zoek in jouw buurt een weiland waar hazen leven en probeer die te fotograferen. Je hebt waargenomen dat ze in het voorjaar, bij het krieken van de dag, erg actief zijn en achter elkaar aan jagen. Hoe krijg je dat nou goed op de foto?
Weet je geen hazen? Probeer dan om een fraaie foto te maken van wilde ganzen waarbij je ze niet mag laten opvliegen!
Leerdoel: Oefenen met het benaderen van dieren en signalen leren herkennen.
Jezelf verbergen en gebruik maken van een (lange)telelens van 400-500 mm, eventueel in combinatie met een teleconverter.

Hazen en ganzen leven in weilanden of andere open gebieden. Ze zijn doorgaans gewend aan auto’s en andere voertuigen, die regelmatig passeren over de wegen die langs het gebied lopen of het gebied doorkruisen. Je kunt ze dus gemakkelijker vanuit de auto fotograferen, maar dat is vaak niet mooi omdat je van boven naar beneden fotografeert waardoor het onderwerp aan de achtergrond lijkt te zijn vastgekleefd. Dit effect wordt nog versterkt door het feit dat veel polderwegen verhoogd zijn aangelegd. Een mogelijke oplossing is om de dieren met de auto op te sporen en (indien mogelijk) te benaderen, heel voorzichtig uit te stappen (blijf zoveel mogelijk achter de auto!) en dan (met een rijstzak) onder de auto of in de berm te gaan liggen, van waaruit je een beter standpunt hebt. Als de dieren vaak op dezelfde plek aanwezig zijn zou je ook een klein (laag) schuiltentje kunnen plaatsen of onder een camouflagedoek kunnen gaan liggen, waarna je wacht tot de dieren verschijnen. Houd de hazen goed in het oog; als ze de oren spitsen of zich oprichten hebben ze jou in de gaten. Beweeg dan niet en maak geen geluid tot ze weer rustig zijn.
Ganzen zijn mogelijk nog lastiger te benaderen dan hazen. De truc vanuit de auto werkt hier ook. Let vooral goed op de exemplaren met gestrekte nek, dit zijn de ‘wachters’ die de omgeving in de gaten houden. Als deze vogels nerveus worden (rondkijken, de nek verder strekken of geluid gaan maken) moet je zien te voorkomen dat de hele groep opvliegt. Hou je stil en beweeg niet tot ze weer rustig worden.
» overige opdrachten Deze hazen zijn gefotografeerd met een betrekkelijk lange sluitertijd, waardoor de beweging / snelheid van de rennende dieren wordt benadrukt.
©entrum voor natuurfotografie